Mythen en godinnen in de schilderkunst
Deze club gaat over schoonheid en sierlijkheid in de schilderkunst en poëzie, zoals bijvoorbeeld de schoonheid van Venus en andere godinnen - tenslotte is er geen god of godin in elk van ons?
We verzamelen de schoonheid via de plaatjes in de fotoalbums en zoeken het internet af op nieuws over - en analyses van - schilderijen, kunstenaars en tentoonstellingen. We trachten het te begrijpen, die wortels van onze cultuur. Last but not least vind je links naar andere websites over kunst en cultuur der godinnen. Ik hoop dat het jullie kan ontroeren zoals het mij ontroert, al die schoonheid. Stille dankbaarheid voor al dat mooi's.
Warme groetjes,
Calamandja.
-
Giovanni Boldini
10.01.2010 | 01:19
Nog tot 14 maart kan je in Rome terecht voor een bezoek aan de grote overzichtstentoonstelling 'Boldini e gli Italiani a Parigi'. Met Boldini bevinden we ons in Frankrijk, in de late 19de eeuw. De meest fascinerende vrouwen uit die tijd wedijverden met elkaar om door hem geschilderd te worden, om er zeker van te zijn dat ze door zijn penselen en zijn kunst vereeuwigd konden worden. Heel wat Italiaanse schilders werden in die tijd aangetrokken door het 'mytische' Parijs, dat in deze periode inderdaad een smeltkroes vormde voor allerlei artistieke en literaire stromingen.
De tentoonstelling is gebouwd rond enkele beroemde Italianen die actief waren in de Franse hoofdstad (De Nittis, Boldini, Zandomeneghi) maar toont ook een blik op de leefwereld van toen: de Parijse theaters, cafés, boulevards, de studio's van beroemde kunstenaars en schilders, waaronder Vittorio Corcos, Antonio Mancini, Paul Helleu, Leon Bonnat, Telemaco Signorini en Serafino De Tivoli. De tentoonstelling presenteert werk uit particuliere collecties en diverse musea, waaronder de Galleria d'Arte Moderna in Palazzo Pitti, de Galleria degli Uffizi, en internationale instellingen zoals het Musee d'Orsay.

Giovanni Boldini werd geboren op 31 december 1842 in Ferrara en stierf op 11 juli 1931 in Parijs. Zijn vader schilderde religieuze onderwerpen. Giovanni Boldini studeerde van 1864-69 aan de kunstacademie in Florence en sloot zich vervolgens aan bij de Macchiaioli. Deze beweging inspireerde hem tot schilderen in de open lucht waarmee hij zijn gevoel voor lichteffecten sterk ontwikkelde. In 1872 vertrok hij naar Parijs waar hij zijn eigen stijl ontwikkelde en de populairste portretschilder van de gegoede burgerij werd.
Hij onderhield vriendschappelijke betrekkingen met ondermeer James Abbot MacNeill Whistler en met Edgar Degas. Voorts werd hij geïnspireerd door Gustave Courbet en Ernest Meissonier. Zijn portretten uit deze periode tonen verwantschap met de portretten van John Singer Sargent en Paul Helleu, maar vertonen ook invloeden van het impressionisme. De portretten die Boldini schilderde van grote tijdgenoten, zoals Giuseppi Verdi (1886, Rome, Galleria d'Arte Moderna) oogsten al gauw veel succes in de toonaangevende kringen van de Belle Époque.

http://www.giovanniboldini.org/BOLDINI E GLI ITALIANI A PARIGI
Tot 14 maart 2010
Open van dinsdag tot zondag van 10 u. tot 20 u.
Basistoegangsprijs: 10 euro
Chiostro del Bramante
Via della Pace, Rome
Tel. +39 06 68809036
Fax +39 06 68213516
info@chiostrodelbramante.it
www.chiostrodelbramante.it -
Franse documentaire en boek wijzen op het belang van de kont
21.12.2009 | 17:35
De kont of de billen, les fesses ou le cul. Het achterwerk, de poep, de derrière, noem het hoe u wil, feit is dat het lichaamsdeel schilders, beeldhouwers, schrijvers, sociologen, fotografen, psychoanalisten, cineasten en andere liefhebbers al eeuwenlang heeft geïnspireerd. Soms uit nauwelijks verholen lust, soms als verdoken protest tegen maatschappelijke hypocrisie.

La face cachée des fesses, of de verborgen kant van de kont, zo luidt de titel van een prettige studie die twee Franse kunsthistorici maakten. Er kwam een documentaire voor Arte, en een bijbehorend boek. Auteurs Caroline Pochon en Allan Rothschild zijn op wandel gegaan in het Louvre, in het museum voor Schone Kunsten, het Centre Pompidou en gewoon in de straten van Parijs. Ze hebben vrouwen- en mannenbillen bestudeerd, en ze hebben erover gefilosofeerd, geïnterviewd en gereflecteerd.
Naar aanleiding van de uitzending had de Britse krant The Daily Telegraph het over "de Franse obsessie met de kont". Maar toen bekend werd dat Arte de documentaire zou uitzenden, was er ook van buiten Frankrijk behoorlijk wat belangstelling. Feit is wel dat niemand beter dan de Fransen er eindeloos kan over filosoferen, om het beleefd uit te drukken.
Om te beginnen over de benaming. Le cul heeft een andere gevoelswaarde dan les fesses, zo ook in het Nederlands. Kont, of gat, klinkt anders dan billen of poepje. Het Franse woord "fesses" komt van het Latijn fissa dat "spleet" betekent, het woord slaat dus op de holte (reet), niet op de twee bolronde spieren waar we in de eerste plaats aan denken als we het woord horen. (Een vergelijkbare etymologie stellen we overigens vast bij het Franse woord "seins", dat komt van sinus, of holte, en dat wij meestal in het Engels omschrijven als cleavage, het spleetje).
Lucy
Aan ronde billen zit natuurlijk een evolutionaire verklaring vast. Van de 193 levende primatensoorten bezitten enkel de mensen een geprononceerde kont, en wij zouden nooit uit de bomen zijn afgedaald zonder onze Gluteus maximus, de grote bilspier. "Haar omvang en kracht is ontwikkeld om een essentiële menselijke noodzaak te vervullen, namelijk ons op te richten en rechtop te lopen", zegt professor Claudine Cohen. Volgens haar ontsnapte dat feit zelfs aan Darwin. Hij sprak in zijn geschriften over evolutie niet over het feit dat toen mensen ophielden op handen en voeten te lopen, de mannetjes niet langer zagen en roken wanneer de vrouwtjes vruchtbaar waren. Dat leidde tot het uitstulpen van de borsten en billen als tools van verleiding. Het ontstaan van dat verschijnsel wordt gesitueerd ergens drie of vier miljoen jaar geleden, toen in Tanzania de Australopithecus afarensis (Lucy geheten) rechtop ging lopen, en aldus de geschiedenis in ging als de eerste mens.
Een stevig, dik achterste wordt doorgaans in Afrika zeer geapprecieerd. Bij een Hottentottenstam waren vrouwen met steatopygie - een enorm achteruitstekende poep - de regel, en dat was de blanke kolonisator destijds niet ontgaan. Zo werd een jonge Hottentotvrouw, Saartjie Baartman, rond 1800 door Nederlandse kolonisten in Zuid-Afrika verkocht aan een Britse scheepsarts. Die bracht haar mee en liet haar in Londen als de "Hottentot Venus" op kermissen optreden, waar ze tot groot jolijt van het publiek haar achterwerk moest laten zien. Na haar dood in 1815 werd ze geëxposeerd in het Musée de l"Homme, in Parijs, waar ze te bezichtigen bleef tot in 1976. Uiteindelijk is ze naar haar geboorteland teruggebracht om daar te worden begraven.
Een stuk minder wrang zijn de beelden van hedendaagse Senegalese vrouwen die hun forse derrières schudden en draaien (en ventilateur - in de vier windrichtingen- of en climatiseur - in twee richtingen) in opwindende dansen. Picasso was een van de eerste artiesten die openlijk toegaf dat hij sterk geïnspireerd werd door de prachtige vormen van de Afrikaanse vrouwen.
Vandaag zien we een vergelijkbare fascinatie bij de Franse reclamemaker en illustrator Jean-Paul Goude, die een voorliefde heeft voor heel lange, uitgerekte zwarte vrouwensilhouetten, met een parmantig uitstekend appelkontje.
Wat is mooi en wat niet? Over kontjes heeft iedereen wel een mening, zegt Allan Rothschild, en hij ging niet alleen op zoek naar de mooiste derrières in de kunst en de geschiedenis, hij interviewde ook specialisten terzake. Zoals de Britse kunsthistoricus Edward Lucie-Smith, die van oordeel is dat niemand beter was in het schilderen van vrouwenbillen dan Gustave Courbet (overigens bekender van het vooraanzicht, L"origine du monde, AG) "hetzij Rubens en zijn leerlingen van de Vlaamse school". Toch worden de billen van Rubens" vrouwen vaak niet als esthetisch ervaren. Voor ons hedendaagse oog is "la fesse flamande" een beetje zwaar, de billen zien er niet stevig uit, en er zijn putjes in. Toch hebben zijn Drie Gratiën, of zijn Venus voor de spiegel (1612) een grote sensuele kracht, en kan het niet anders dan dat de schilderijen als zeer erotisch werden ervaren in hun tijd.
Hypocrisie
Gevraagd aan Allan Rothschild in welk tijdperk de billen het best voorgesteld werden, blijft hij het antwoord schuldig: "De kont is altijd mooi voorgesteld. Maar wat zijn de canons? Voor de vrouwelijke konten zijn de foto"s van Man Ray en Brassaï magnifiek, de volumineuze billen van Courbet zijn seksueel opwindend, terwijl de Odalisk van Ingres eerder iets schijnheiligs heeft, met haar gestileerde, lange rug en eerder platte billen.
Toen Diego Velásquez omstreeks 1650 ook een Venus met haar spiegel schilderde, waagde hij zich op gevaarlijk terrein, want de Inquisitie veroordeelde die wellustige beelden. Ook de Belgische negentiende-eeuwse kunstenaar Félicien Rops stelde met zijn prenten, waarin naakte vrouwenfiguren een hoofdrol speelden, herhaaldelijk de hypocrisie van de kerk aan de kaak. Zeer mooi is de tekening van een vrouw met een maskertje op haar sensuele achterwerk, Hypocrisie.
Vrouwonvriendelijk
Philippe Comar, professor morfologie aan de École des Beaux Arts, noemt de belle époque de meest misogyne en seksistische periode uit de geschiedenis. "Met behulp van korsetten werden tailles ingesnoerd om het accent meer en meer op de kont te leggen. Door een kussen onder de rokken te steken en de mode van de valse derrière te lanceren, werd de vrouw herleid tot een seksueel object. Het is niet voor niets dat de feministische beweging in die tijd gaan kiemen is."
Dat bleek onder meer in Londen, waar suffragette Mary Richardson in 1914 met een bijl de Venus van Velásquez te lijf ging. Het doek, dat vele jaren de muren had gesierd van Spaanse koningen en courtisanes, was in 1906 aangekocht door de National Gallery. In een verklaring aan de Women"s Social and Political Union zei Richardson: "Ik heb geprobeerd de beeltenis te vernielen van de mooiste vrouw uit de mythologie, als protest tegen de regering die Mrs. Pankhurst (leidster van de suffragettebeweging, AG) arresteert, het mooiste personage uit de hedendaagse geschiedenis." Later verklaarde ze dat ze "niet hield van de manier waarop de mannelijke bezoekers de hele dag met open mond naar het doek stonden te kijken".
Eén spier
Inmiddels is het taboe op bloot in de 20ste en 21ste eeuw gevoelig afgezwakt. "Aimez-vous mes fesses?", vraagt Brigitte Bardot in Le mépris nadrukkelijk aan haar minnaar. Van de filosoof Jean-Paul Sartre is de uitspraak "La patrie, l"honneur, la liberté, il n"y a rien: l"univers tourne autour d"une paire de fesses." Hij is een van de enige mannen die zich lijkt te beklagen over de aantrekkingskracht van de billen.
Van de Nederlandse schrijver Jan Cremer is deze: "Ja, ik kijk naar vrouwen met het oog van een schilder. Ken je toch, de theorie van Cremer? Goede benen = goede kont. Als een vrouw mooie benen heeft, zit het met die kont ook altijd goed. Het één loopt in het ander over, hè; in wezen is het één spier. Ik houd van stevige benen. Niet van die tl-buizen of soepstengels, gewoon, lekker stevig. En dan een lekker forse kont er op. Maar karakter vind ik ook heel belangrijk, hoor."
Wij ook.Bron: Agnes Goyvaerts; De Morgen,
-
Nieuws berichten
-
06.12.2009 | 23:37
De wereld van schilder Michael Kirkham wordt bevolkt door apatische meisjes. Ze hangen wat in een luie stoel, strekken zich lusteloos uit op een bank of liggen voorover gebogen over hun bureau. Daarbij zijn ze allemaal schaars gekleed of naakt en bieden zich soms schaamteloos aan maar, zoals de Volkskrant er ooit over schreef, "de wezenloze toestand van de vrouwen voorkomt bij de kijker iedere gênante oprisping van voyeurisme." Eigenlijk heb ik geen idee wat Kirkham met zijn doeken probeert te zeggen en ook de wat gladde emotieloze schilderstijl spreekt me niet erg aan. Toch gaat er een vreemd soort hypnotische werking uit van de unheimische scènes die hij oproept en blijf je je als kijker afvragen: wat is hier nu eigenlijk aan de hand?
De op een groene sofa leunende vrouw steekt haar naakte billen pontificaal naar de kijker toe. Haar naaktheid kan moeilijk anders worden verstaan dan als uitgesproken seksueel, maar op het grote schilderij is het een houding die van geilheid is gespeend. De ogenschijnlijk uitdagende pose is geen partij voor de absolute verveling die in de ogen van de vrouw is te lezen. Hier ben ik, doe er maar wat mee, zo destilleer je uit die onpeilbaar lege blik.

Het schilderij van Michael Kirkham (1971) lijkt de vleesgeworden verbeelding van de aartsnihilistische hartenkreet 'Here we are now, entertain us' van Nirvana zanger Kurt Cobain. Cobain vertolkte met zijn nummer Smells like teen spirit in het begin van de jaren negentig als geen ander de gevoelens van een generatie voor wie het leven niets anders te bieden had dan een allesvernietigende verveling. De zogeheten Generation X - de Nix-generatie.
Niet dat Cobain of deze generatie een patent hadden op deze absolute, existentiële verveling met totale apathie als gevolg. Charles Baudelaire was met zijn gedichtenbundel Les Fleurs du mal uit 1857 natuurlijk de grondlegger van dit gevoel van zwaarmoedigheid.De geschilderde wereld die de Britse kunstenaar ons voorspiegelt, is doordrenkt van een dergelijke, allesverzengende, melancholie. In zijn grote doeken staren lusteloze, apathische vrouwen in kale interieurs in het totale Niets. Hun lange, sluike haar hangt even sloom en lijzig langs een bed of bank gedrapeerd als hun lichamen. Een sigaret rokend spreiden ze achteloos hun benen. Het levert expliciete beelden op, maar de wezenloze toestand van de vrouwen voorkomt bij de kijker iedere gênante oprisping van voyeurisme.
Wat het werk zo intrigerend maakt, is dat wát wordt uitgebeeld in perfecte harmonie is met hóe het is uitgebeeld. Michael Kirkham behoort niet tot die vele hedendaagse kunstenaars die schilderen om het schilderen zelf. Materie, stijl en thema zijn bij hem onlosmakelijk verbonden.
Zo vindt het lijzige van de vrouwen zijn schilderkunstige equivalent in de matte, lome verfstreken. En de armoedige sfeer van de interieurs wordt benadrukt door de korrelige ophopingen van verf, die de grijze stofvlokken onder de bank of de roffelige stukken van een goedkoop tapijt weergeven.
Deze uitgekiende wisselwerking tussen stijl en inhoud maakt van doeken als East European girl smoking cigarette en het ongetitelde werk van de vrouw op de groene sofa absolute toppers. Hoe verveeld de personages van Kirkham zelf ook zijn, de kijker raakt in ieder geval niet snel op hen uitgekeken.Bron Xandra de Jongh, De Volkskrant.
-
Naakt of bloot, een heel verschil!
29.11.2009 | 01:55

Een welgevormde vrouw in goudkleurige bikini prijkte in 2007 op een enorm billboard in de Utrechtse binnenstad.
Deze reclamestunt van lingeriemerk Hunkemöller leidde tot grote commotie, onder andere bij de plaatselijke Christen Unie. De vrouw was hier als lustobject afgebeeld en dat kon niet door de beugel. De oude reclamewet dat schandaal verkoopt bleek ook hier geldig: de goudkleurige setjes vlogen de deur uit.
Met zijn schilderij Olympia veroorzaakte Manet in 1862 een vergelijkbaar schandaal op de Salon, de belangrijkste jaarlijkse tentoonstelling op kunstgebied in Parijs. Het kunstlievend publiek én de kunstcritici reageerden geschokt op dit realistische naakt. Dit keer geen nimf of mythologisch figuur, maar overduidelijk een prostitué die de beschouwer bovendien onbeschaamd in de ogen keek. Het schilderij was een protest tegen de koele en levenloze salonnaakten die het publiek al jaren werden voorgeschoteld, en dat protest kreeg snel navolging. Degas beeldde vrouwen af terwijl ze zich wasten of hun haren droogden, en Toulouse Lautrec hield zich op verschillende onorthodoxe manieren bezig met het vrouwelijk naakt. Het hek was van de dam en het realistisch naakt was niet meer weg te denken uit Frankrijk.
Olympia van Eduard Manet, 1862Hoe zat dat eigenlijk in Nederland, was er ook zo’n schandaal nodig voordat er gewoon plaats was voor het vrouwelijk naakt? In Naakt of bloot - het vrouwelijk naakt in de negentiende eeuw gaat kunsthistorica Hanna Klarenbeek in op de historische ontwikkelingen rond het vrouwelijk naakt. Ze neemt ons eerst mee naar de tijd van de Grieken en de Romeinen, die het naakt idealiseerden en dikwijls modelleerden naar het mannelijke lichaam. Met de opkomst van het christendom verviel dit ideaal: het geloof in onsterfelijkheid impliceerde minachting en angst voor het lichaam. Het naakt werd nog wel afgebeeld, maar kreeg een negatieve betekenis. Met de hernieuwde belangstelling voor de klassieke oudheid tijdens de renaissance ondervond ook het naaktfiguur herwaardering. Vanaf die tijd was het naakte vrouwenlichaam niet meer weg te denken uit de kunst, getuige de wulpse vrouwen op de schilderijen van Pieter Paul Rubens en Rembrandt van Rijn uit de zestiende en zeventiende eeuw. Alleen in de negentiende eeuw zou het onderwerp in enkele landen nog een periode van verval meemaken, onder andere in Nederland.In de negentiende eeuw heerste er een strenge moraal in Nederland. Voor de vrouw betekende dat een sterke nadruk op huwelijk en gezin: zij moest een liefdevolle echtgenote en goede huismoeder zijn, gespeend van elke vorm van seksualiteit. Ook van de man werd zedig gedrag verwacht, maar zijn seksuele driften werden als bijna onbeheersbaar beschouwd en daarom was er voor hem enige coulance. Die strenge moraal gold ook voor het afbeelden van het naakte vrouwenlichaam: dat was in hoge mate ongepast. Ook het tekenen naar het naakt tijdens de opleiding van jonge kunstenaars vormde een probleem en was eigenlijk niet toegestaan. Onder strenge condities was het nog wel mogelijk naar het mannelijk naakt te tekenen. Naast die strenge moraal vormen ook ontwikkelingen binnen de kunst zelf een verklaring voor de schaarse afbeeldingen van vrouwelijk naakt, zo stelt Hanna Klarenbeek. Aan het eind van de negentiende eeuw is er vooral belangstelling voor landschappen en stadsgezichten. Voor dat genre is kennis van het perspectief nodig, niet van anatomie.Toch ontwikkelde zich aan het eind van de negentiende eeuw ook in Nederland een realistische kijk op het vrouwelijk naakt. De schilder G.H. Breitner verrichtte wat dit betreft baanbrekend werk. In 1891 stuurde hij vier grote naakten in voor de tentoonstelling Architectura et Amicitia in Amsterdam. Het veroorzaakte weliswaar niet zo’n schandaal als Olympia zo’n dertig jaar eerder in Parijs, maar er ontstond wel de nodige ophef over. Behoudende critici bestempelden zijn werk als ‘een gevaar voor de zedelijkheid’, terwijl jongere kunstenaars zijn werk juist prezen als ‘wonderteer’en ‘magistraal’. Generatiegenoten Isaac Israëls en Willem Witsen volgden zijn voorbeeld en dat leverde prachtige schilderijen op. Onlangs nog werd Lezend naakt (Sjaantje van Ingen) van Isaac Israëls tot mooiste naakt van Nederland gekozen door OOG, het tijdschrift van het Rijksmuseum.
Lezend naakt (Sjaantje van Ingen) van Isaac IsraëlsHanna Klarenbeek schetst in kort bestek de ontwikkelingen rond het vrouwelijk naakt in het negentiende-eeuwse Nederland. Het is haar verdienste dat er nu veel meer bekend is over het tekenen naar het vrouwelijk naakt in de kunstenaarsopleiding. Dat levert mooie anekdotes op en dito citaten. Zo stelde schilder Kruseman bijvoorbeeld tijdens een redevoering in 1851 voor de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam dat kunstenaars ‘hun penseel niet [moesten] ontheiligen door voortbrengselen die voor deugd en goede zeden kwetsend zijn .’ De historischeverklaringen voor alle ontwikkelingen zijn helaas mager onderbouwd. Klarenbeek stelt dat ‘negentiende-eeuwse literatuur spreekt over een verpreutsing van de samenleving en over het ontstaan van een strenge moraal, maar het is moeilijk aan te geven hoe dit zo is gekomen.’ Waar de veranderingen rond 1900 aan bod komen, is dat ook het geval. ‘In het fin de siècle kwamen alle waarheden in de Nederlandse samenleving op losse schroeven te staan’ zo stelt de auteur, waarbij ze wijst op het wankelen van het gezinsmodel en het geloof. Het is een generalisatie, die zeker nuancering behoeft.En hoe zit het nou precies met dat verschil tussen naakt en bloot? Dat legt Hanna Klarenbeek uitstekend uit in het prachtig vormgegeven boek, oorspronkelijk haar afstudeerscriptie. Het boekje is een lust voor het oog: de titel is in krullerige, goudkleurige belettering afgedrukt op een mooie, dieprode fluwelen omslag, en een miniatuurafbeelding van Liggend naakt met kousen van schilder Isaac Israëls uit 1892 maakt het geheel compleet. De inhoud is rijk voorzien van prachtig illustratiemateriaal, echt een hebbeding. Chapeau voor uitgeverij Terra Lannoo!Hanna Klarenbeek, Naakt of bloot – Vrouwelijk naakt in de negentiende eeuwTerra Lannoo, Arnhem2006, 128 pagina’sISBN 90-5897-509-6
-


